4 sterren

Castel sant'angelo

Engelenburcht

Roma | Lazio | Italia


Engelenburcht

De Engelenburcht (Castel Sant' Angelo) werd oorspronkelijk de Moles Hadriani ("het gevaarte van Hadrianus") of Hadrianeum genoemd omdat het een mausoleum (praalgraf) was voor keizer Hadrianus (keizer van 117 tot 138) en zijn opvolgers. De bouw is omstreeks 123 begonnen, waarschijnlijk door de architect Demetrianus, en was pas een jaar na de dood van de keizer voltooid onder keizer Antonius Pius. De Romeinse keizers zijn er met hun familieleden bijgezet tot Caracalla, die in 217 werd vermoord. Om het mausoleum te bereiken, dat ten opzichte van de stad aan de overkant van de Tiber ligt, liet Hadrianus er een brug naartoe bouwen, de Pons Aelius (voltooid in 134), die later Ponte S.Angelo zou gaan heten, en die aansloot op de ingang van het mausoleum.

De naam en de legende

De naam 'Engelenburcht' ontstond in de middeleeuwen en is gebaseerd op een legende over het leven van Gregorius de Grote, verteld in bijvoorbeeld de Legenda Aurea van Jacopo da Varazze of de geschiedenis van Rome van Paulus Diaconus. Het was 590, in Rome heersten anarchie, hongersnood en de pest. Op 7 februari was paus Pelagius II aan de pest bezweken en er was dringend een nieuwe paus nodig die kon helpen een eind te maken aan de ellende. De keus viel op Gregorius die er probeerde onderuit te komen en een brief naar de keizer stuurde met het verzoek zijn benoeming te weigeren. In afwachting van het antwoord riep hij het volk in een vlammende preek op tot boetedoening en hij organiseerde een processie die drie dagen zou duren. Zingend en biddend trok men door de stad naar de Sint Pieter. Toen Gregorius, die voorop liep, de brug opliep die naar de Sint Pieter leidt, zag het volk boven de Moles Hadriani de aartsengel MichaŽl zweven die, voor de ogen van de stomverbaasde gelovigen, zijn vlammende zwaard terug in de schede stak ten teken dat de pest ten einde was (volgens Jacopo da Varazze was het een bebloed zwaard). Vanaf toen heette het gebouw de Engelenburcht en Gregorius werd beschouwd als wonderdoener. Hij probeerde nog aan zijn pausbenoeming te ontkomen door zich te verstoppen in de heuvels, maar hij werd door de Romeinen gevonden doordat zij een duif volgden die naar zijn schuilplaats vloog. Op 3 september 590 werd hij tot paus gewijd. Bovenop de burcht werd een kapelletje gebouwd, dat later werd vervangen door het beeld van een engel.

Het mausoleum

Wat we nu zien is een bouwwerk waarvan het Romeinse mausoleum de basis vormt, maar waaraan vervolgens anderhalf millennium is gebouwd en verbouwd, vooral in de periode van de renaissance en barok.
Het oorspronkelijk mausoleum bestond uit een vierkant basement met zijden van ruim 83 meter en een hoogte van 15 meter. Aan de buitenkant was dat met marmer bekleed en versierd met beeldhouwwerk van bucrania (stierenschedels) en festoenen (fragmenten zijn bewaard gebleven). Daar bovenop stond een groot cilindervormig gebouw met een diameter van 64 meter en een hoogte van 21 meter. Die cilinder was ook met natuursteen bekleed en waarschijnlijk met pilasters en een hoofdgestel versierd. Op die cilinder stond een vierkante toren die gedeeltelijk was opgenomen in een aarden 'grafheuvel' die op de grote cilinder was aangebracht, en die waarschijnlijk met cipressen was begroeid. In die toren, die nu geheel in nieuwere bebouwing is opgenomen maar nog steeds bestaat, zijn drie ruimtes boven elkaar die als grafkamers dienden. Bovenop de heuvel, dus rustend op de kleine cilinder, waar nu de engel staat, stond vermoedelijk een bronzen beeld van de keizer als zonnegod op de keizerlijke strijdwagen, getrokken door een vierspan (quadriga). Bovenop de rand van de cilinder stonden bronzen beelden.

De burcht

Keizer Aurelianus liet in 271 een stadsmuur bouwen maar die bleef aan de linkeroever van de Tiber. Waarschijnlijk was het in 403, in opdracht van keizer Honorius, dat het mausoleum van Hadrianus werd uitgebouwd tot een versterkte voorpost op de rechter oever van de Tiber met een muur met torens rond het mausoleum. Paus Leo IV (847-855) liet, na de invallen van de Saracenen en de plundering van de Sint-Paul en de Sint-Pieter, een muur bouwen rond het Vaticaan en Trastevere (beide op de rechter Tiberoever). Het mausoleum werd daar als vesting in opgenomen.
In de middeleeuwen was het bezit van het fort, dat uitgroeide tot nagenoeg onneembare vesting, een belangrijke voorwaarde om de macht in de stad te kunnen uitoefenen. Het was in handen van tal van heersers en families zoals Theodorik, de Crescenzi, de Pierleoni, de Orsini. Paus Nicolaas III (Orsini) liet in 1277 bovenop de al bestaande muur uit de tijd van Leo IV een doorgang bouwen, de 'Passetto del Borgo'. Door deze gang konden de pausen van het Vaticaan naar de Engelenburcht vluchten. In 1367 werden aan paus Urbanus V, toen nog in Avignon, symbolisch de sleutels van de burcht overhandigd bij wijze van uitnodiging om naar Rome te komen. Urbanus kwam naar Rome maar keerde een paar jaar later weer terug naar Avignon. Paus Gregorius XI bracht het pauselijk hof in 1377 definitief naar Rome terug; mMaar hij was zelf Frans en bracht - volgens de Romeinen - veel te veel Franse invloed en Fransen mee naar Rome. De Romeinen hadden er al snel genoeg van. Ze eisten een Italiaanse paus, en die kwam er. Het werd Urbanus VI. De Fransen wilden zich daar niet bij neerleggen. Ze weigerden de Engelenburcht af te staan en kozen een tegenpaus. Op 30 april 1379 werd die tegenpaus echter bij het plaatsje Marino door de Italianen verslagen (hij vluchtte naar Frankrijk, waar tot 1417 tegenpausen bleven bestaan). Op dezelfde dag droeg de Franse gouverneur de Engelenburcht over aan de Romeinen. De woedende Romeinen gingen er binnen en sloegen alles kort en klein. Uiteindelijk wist Urbanus de opstand te bedwingen en de burcht weer in handen te krijgen. Vanaf dat moment bleef de het bouwwerk stevig in handen van de pausen, die er regelmatig verbleven en het gebruikten als vluchtburcht. Paus Bonifatius IX (1389-1404) zette de architect NiccolÚ Lamberti aan het werk om het bouwwerk tot pauselijke burcht om te bouwen. Daarna volgden vele andere pausen. In de 15e en 16e eeuw lieten zij, bovenop de enorme cilinder, aan weerszijden van de Romeinse toren, een mooi paleis bouwen. De bakstenen weergang rondom dateert uit ongeveer 1500.
Toen in de oorlogvoering het gebruik van artillerie algemeen werd, moest ook de Engelenburcht worden aangepast. In de 16e eeuw liet Pius IV daarom de aarden wallen met de bastions rond de burcht aanleggen. Er werden kazernegebouwen toegevoegd - die in de 20ste eeuw echter weer zijn afgebroken. In het begin van de 20ste eeuw werden de Tiberoevers verhoogd en werd de weg langs de Tiber aangelegd, waardoor de relatie die de burcht altijd met de rivier en de brug had gehad, werd verbroken. Het gebied tussen de burcht en de aarden omwalling werd als een park ingericht.

Rondwandeling

De ingang van het monument is niet op de oorspronkelijke plaats aan de kant van de brug maar, vanwege de aanleg van de Tiberkade, naar de zijkant verplaats. Vanaf de ingang loopt je door wat eens het basement van het mausoleum was. De radiale muren die als ondersteuning van het terras dienden, zijn nog goed te zien. Over een moderne trap bereik je dan de feitelijke toegang tot het grafmonument, de dromos, een hoge gang die uitkomt in de vestibule. Achterin die vestibule is een nis waarin het beeld van Hadrianus stond. Het hoofd van dat beeld is nog te zien in het Vaticaans Museum. In de gaten in de muren zaten de pennen waarmee de marmeren bekledingsplaten waren bevestigd. Rechts in de vestibule begint een spiraalvormige hellingbaan. De baan stijgt 12 meter oven een lengte van 125 meter en draait een hele ronde. Vier schachten zorgen voor licht en lucht. De derde schaacht is omgebouwd tot gevangenis. Vlak voor hetr einde van de helling is de schacht van de 18e-eeuwse lift. Aan het eind van de spiraalvormige helling begint de diametrale helling, die dwars door het monument werd gehakt. Deze hellingbaan loopt, over een brug, dwars door de ruimte waar de asurnen van de keizerlijke familie stonden. Aan het eind van het rechte stuk is het nog twee keer naar links afslaan om op de Cortile d'Onore te komen. Hier beginnen de pauselijke appartementen waaraan vele pausen in de tijd van de renaissance en barok hun steentje hebben bijgedragen. Op de cortile d'onore komen de wapenkamers uit en een aantal fraai gedecoreerde zalen uit de renaissance. aan de andere kant van het gebouw is nog een binnenplaats, de 'binnenplaats van de waterput', genoemd naar de daar aanwezige bovenbouw van een put uit de 15e eeuw, die in verbinding staat met een lager gelegen cisterne. De onderste van de twee verdiepingen van de halfronde ombouw, werd als gevangenis gebruikt. Aan de zuidkant van deze binnenplaats is de toegang tot de kerkers, die een niveau lager liggen. Eveneens aan de zuidkant is de doorgang naar de vertrekken van Clemens VII (1523-34). Hier is de zogenaamde Stufa, een soort badkamer die mooi is versierd met dolfijnen en schelpen en met (niet bepaald christelijke) figuren als nimfen, amorini en mythologische figuren. Er was ook een kuip die door een naakte, bronzen Venus werd volgegoten. Die Venus is verloren gegaan. Het was paus Clemens VII die in deze kamers zeven maanden lang de gevangene was van de Duitse landsknechten na de Plundering van Rome (Il Sacco di Roma), met nog zo'n 3000 anderen die in de burchtwaren ingesloten, onder wie de beroemde beeldhouwer Benvenuto Cellini. In zijn autobiografie beschrijft Cellini in geuren en kleuren hoe dapper hij was en hoe hij met een haakbuks eigenhandig de vijandelijke commandant omlegde en diens opvolger verwondde.
Onder de cortile del pozzo liggen ook de voorraadkamers voor olie (22.000 liter) en graan (350.000 kilo).

Aan de noordkant van de cortile del pozzo leidt een trap omhoog naar de loggia van Paulus III, toegeschreven aan de architect Antonio da Sangallo de Jonge. Vanuit die loggia heb je een mooi overzicht van de verdedigingswerken van het fort. Loop dan rechtsom tot je, aan de Tiberkant van het gebouw, aan de rechterkant de toegang ziet tot het appartement van Paulus III. Ook dit appartement heeft prachtig versierde zalen, zoals de Sala Paolina en de Bibliotheekzaal. Vanaf de bibliotheekzaal is er een doorgang naar de Camer del Tesoro, een ruimte die deel uitmaakte van het Romeinse mausoleum en waarin door de pausen de kerkschat werd bewaard. Vanuit de vestibule toegang tot de hoogstgelegen ruimte van het monument, de Sala Rotonda (ronde zaal). Het 18e eeuwse ijzerwerk in deze zaal dient ter ondersteuning van het beeld dat bovenop de burcht staat. Op dit niveau zijn in een aantal kamers interessante beelden tentoongesteld. Vanuit de Sala Rotonda leidt een Romeinse trap naar het uitzichtterras. Hier staat het bronzen beeld van de aartsengel MichaŽl van Pieter Antoon van Verschaffelt (1752). Links hangt de Klok van Barmhartigheid, die bij doodvonnissen werd geluid. Tegenover de toegang naar het terras is de ingang naar het lager gelegen appartement van de kasteelbeheerder, gebouwd halverwege de 18e eeuw.



Informatie
Land:
Italia
Regio:
Lazio
Provincie:
Roma
Gemeente:
Roma
Adres:
Lungotevere Castello 50 - 00193 Roma
Tijdperk:
Oudheid: tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.)
Stijl 1:
Romeinen
Stijl 2:
Renaissance
Openstelling:
Museum. Te bezichtigen. Zie website voor openingstijden.
Telefoon:
0039 06 6896003
Officiele Website:
http://www.castelsantangelo.com/

Wanneer u uw eigen locatie hebt doorgegeven, kunt u uitzoomen totdat die in beeld verschijnt.

Castel Sant'Angelo (Rome, ItaliŽ)

Castel Sant'Angelo (Rome, ItaliŽ)

Castel Sant'Angelo (Rome, ItaliŽ)

Castel Sant'Angelo (Rome, ItaliŽ)

Castel Sant'Angelo (Rome, ItaliŽ)


nr: 107916 - 972 views - 54.81.45.122
©  belpaese.nl 2012. Dit materiaal (foto's en tekst) is eigendom van Belpaese.nl.
Het mag uitsluitend voor privédoeleinden worden gebruikt.
Het mag niet opnieuw door middel van Internet, kopie, druk, of een ander medium worden verspreid.